Pilates is fantastisch in het opbouwen van controle. Je leert je romp aansturen, je ademhaling koppelen aan beweging, en je beweegt precies. Maar er is één ding dat op een Reformer of een mat lastig te trainen is, en dat is reageren op iets dat je niet ziet aankomen. In het echte leven stap je van een stoeprand, sta je in een schokkende bus of loop je over een ongelijk grasveld. Je lichaam moet dan binnen een fractie van een seconde corrigeren.
Dat vermogen train je door bewust een beetje instabiliteit toe te voegen. En dat is precies waar een balanstrainer voor is. In deze blog laat ik zien hoe je dat opbouwt in een Pilates les, voor wie het geschikt is, en waar je op moet letten zodat het veilig blijft.
Wat instabiliteit met je lichaam doet
Als je op een vaste vloer staat, hoeft je lichaam nauwelijks te corrigeren. Je enkels, knieën en heupen staan stil, en je romp houdt je overeind zonder dat er veel te doen valt. Zet je diezelfde persoon op een ondergrond die kantelt, dan verandert alles. De kleine spieren rond je enkels gaan continu bijsturen, je heupen zoeken hun positie, en je romp moet aanhoudend aanspannen om je zwaartepunt boven je steunvlak te houden.
Dat noemen we propriocepsis: het vermogen van je lichaam om te weten waar het zich in de ruimte bevindt. Het is een systeem dat je kunt trainen, en dat na een blessure of naarmate je ouder wordt aandacht verdient. Voor je cursisten vertaalt zich dat naar iets heel praktisch. Ze staan steviger, ze schrikken minder van een onverwachte beweging, en ze durven meer.
Het mooie is dat je er niets nieuws voor hoeft te bedenken. Je pakt gewoon oefeningen die je al draait en verandert de ondergrond. Een squat is een squat, maar op een balanstrainer is het opeens een compleet andere oefening.
Zo bouw je het op in een les
De grootste fout die ik zie is dat instructeurs meteen de zwaarste variant pakken. Iemand op één been op een instabiel vlak zetten en dan verwachten dat de houding klopt, gaat niet werken. Je krijgt verkrampte tenen, opgetrokken schouders en een cursist die alleen nog maar bezig is met niet vallen.
Bouw het daarom in stappen op. Begin met simpelweg staan, twee voeten, en laat mensen voelen waar hun gewicht naartoe gaat. Alleen dat is voor de meeste beginners al genoeg voor de eerste keer. Ga daarna naar bewegingen die je op de vloer al beheerst: een halve squat, gewicht verplaatsen van links naar rechts, hakken oplichten. Pas als dat rustig gaat, ga je naar één been of naar bewegingen waarbij het bovenlichaam meedoet.
Een handige tussenstap die vaak wordt vergeten: laat mensen met hun handen op de trainer werken in plaats van met hun voeten. Een plank of push-up-positie met de handen op een instabiel vlak traint je schoudergordel en je romp zonder dat het risico op vallen groot is. Voor cursisten die onzeker zijn op hun benen is dat een prettige manier om er toch mee kennis te maken.
Zorg altijd dat er iets is om naar te grijpen. Een Barre, een muur of jouw hand. Niet omdat je verwacht dat het misgaat, maar omdat mensen pas echt loskomen als ze weten dat er een vangnet is. Dat scheelt in de kwaliteit van de beweging meer dan je zou denken.
Voor wie het vooral waardevol is
Twee groepen halen er het meeste uit. De eerste is de oudere cursist. Balans is bij uitstek iets dat achteruitgaat als je het niet onderhoudt, en het onderhouden ervan is heel goed te doen. Wekelijks een paar minuten gerichte balansoefeningen is genoeg om er iets aan te merken.
De tweede groep zijn mensen die van een blessure terugkomen, met name aan enkel of knie. Na een verzwikking of een operatie is de aansturing rond dat gewricht vaak verstoord, ook als de kracht alweer terug is. Gedoseerd werken op een instabiel vlak hoort standaard in dat traject thuis. Werk je met deze groep, stem het dan altijd af met de fysiotherapeut of behandelaar van de cursist, zodat de opbouw klopt met de rest van de revalidatie. Werk je vaker met deze doelgroep, kijk dan ook eens naar de apparatuur voor fysiotherapeuten.
Daarnaast is het gewoon leuk voor gevorderden die hun oefeningen te makkelijk vinden worden. In plaats van meer weerstand of meer herhalingen te pakken, verander je de ondergrond. Dat vraagt een compleet ander soort aandacht en dat merken ze meteen.
Combineren met wat je al hebt
Een balanstrainer werkt het beste als onderdeel van een grotere set props. Een weerstandsband net boven de knieën houdt de heupen actief terwijl je balanceert, wat helpt om te voorkomen dat mensen hun knieën naar binnen laten zakken. Sliding pads geven een heel ander soort instabiliteit, namelijk glijden in plaats van kantelen, en die twee vullen elkaar goed aan.
Voor stretchwerk en mobiliteit van de wervelkolom is een Arc een prettige aanvulling, zeker als je een les afsluit na het balanswerk. Het complete aanbod vind je in onze accessoires collectie.
Wil je een keer voelen hoe dit soort props samenwerken met de toestellen die je hebt, dan ben je welkom in onze showroom in Uddel, vlakbij Apeldoorn. Er staan zes Reformers klaar om te proberen: de Fold Reformer, de Lignum Reformer met Tower, de Nubium Reformer en de Elite Reformer van Elina Pilates, de Fit Reformer van Peak Pilates en de Talma 62 Reformer van HEGREN Pilates. Wil je specifieke accessoires bekijken, geef dat vooraf even aan.


